Trauma-informed werken is intussen een vast onderdeel van de opleiding van bijna elke therapeut. Je leert wat een ingrijpende gebeurtenis met het zenuwstelsel doet, hoe je veiligheid opbouwt, en waarom vertragen vaak meer oplevert dan doorvragen.
Wat minder vaak aan bod komt: waarom twee cliënten met een vergelijkbare geschiedenis er zo verschillend mee omgaan. De ene vertelt alles feitelijk en beheerst, bijna zonder emotie. De andere springt van detail naar detail, overweldigd door wat er nog aan vasthangt. Beide reacties worden soms verkeerd gelezen: de eerste als “goed verwerkt”, de tweede als “nog niet stabiel genoeg”.
Vanuit het Dynamisch Maturatie Model (DMM) van Patricia Crittenden is dat onderscheid geen toeval en geen teken van verwerking, of het gebrek eraan. Het is een strategie.
Wat het DMM wel en niet doet
Laat dit vooraf duidelijk zijn: het DMM is geen trauma-behandelmethode. Het vervangt geen enkel bestaand kader voor traumaverwerking, en het schrijft niet voor welke interventie je op welk moment inzet. Wat het wel doet, is een bril toevoegen aan wát je ziet vóór je een interventie kiest.
Elke strategie, of ze nu overwegend feitelijk en afstandelijk is (wat we een A-strategie noemen) of overwegend intens en gedreven door gevoel (een C-strategie), is ooit ontstaan om een vorm van gevaar hanteerbaar te maken. Bij trauma is dat gevaar vaak reëel geweest. De strategie die daaruit groeide, is dus geen afwijking. Het is de oplossing die op dat moment werkte.

Waarom dit verschil ertoe doet in de sessie
Een cliënt die overwegend feitelijk vertelt, heeft meestal geen behoefte aan meer nabijheid of meer emotionele taal. Die aanpak kan net voelen als een aanval op het systeem dat haar tot nu toe overeind hield. Wat wel werkt: ruimte laten, het tempo van de cliënt volgen, en voorzichtig zijn met vragen die rechtstreeks naar het gevoel peilen voor er voldoende kader is opgebouwd.
Een cliënt die overwegend intens en beeldend vertelt, heeft vaak iets anders nodig: een structuur die het verhaal kan dragen zonder het te temperen. Te snel structureren kan hier voelen als afgesneden worden, precies het gevaar dat de strategie probeert te vermijden.
Geen van beide benaderingen is fout op zich. Fout wordt het pas wanneer je de verkeerde aanpak op de verkeerde strategie plakt.

Wat dit betekent voor vastgelopen trajecten
Trajecten die na verloop van tijd blijven cirkelen, zonder echte beweging, hebben opvallend vaak een gemeenschappelijke kern: de interventie past niet bij de strategie. Niet omdat de interventie zelf verkeerd is, maar omdat ze op het verkeerde moment, in het verkeerde tempo, bij de verkeerde cliënt wordt ingezet.
Dat herkennen vraagt niet om meer kennis over trauma an sich. Het vraagt om een scherpere blik op de vorm waarin het zich aandient.
Wil je scherper leren zien welke strategie er onder het verhaal van je cliënt zit?
In ons gratis webinar “Hechting als strategie bij volwassenen” nemen we je mee in het DMM van Crittenden en in wat dat kader concreet betekent voor je werk als psycholoog of therapeut: hoe je een strategie herkent in wat je ziet en hoort, en hoe je daar je afstemming op richt.
Schrijf je in voor het webinarVerder met dit thema
Op de themapagina over trauma vind je alles wat we hierrond gemaakt hebben.