(Dit is deel 1 van een zesdelige reeks over het DMM van Crittenden. Elke twee weken gaan we dieper in op één element. De volgende blog verschijnt op 15 mei.)
Er is een moment in een therapiegesprek dat de meeste therapeuten kennen, ook al benoemen ze het niet altijd zo.
Je zit met een cliënt die je al een tijdje ziet. Je kent het verhaal. Je hebt de verbanden gelegd. En toch merk je dat er iets niet klopt: niet in je analyse, maar in wat er tussen jullie gebeurt. Het gesprek lijkt vast te zitten in een ritme dat jullie allebei kennen en dat jullie allebei moe maakt.
Op zulke momenten helpt extra theorie zelden. Wat je nodig hebt, is een andere bril.
Dat is precies wat het Dynamisch Maturatie Model van Patricia Crittenden biedt.
Hechting als bescherming, niet als stijl
De meeste therapeuten zijn vertrouwd met hechtingstheorie. De klassieke indeling (veilig, vermijdend, ambivalent, gedesorganiseerd) zit verweven in hoe we denken over cliënten, hoe we dossiers schrijven, hoe we casussen bespreken in supervisie.
Die taal is niet fout. Maar ze heeft een beperking die in volwassen trajecten snel voelbaar wordt: ze beschrijft hoe gedrag eruitziet, maar niet wat het doet.
Het DMM vertrekt van een andere definitie. Hechting gaat over de behoefte van een mens (kind of volwassene) om beschermd te worden tegen gevaar en getroost te worden na gevaar, binnen een relatie met iemand die die bescherming en troost kan bieden.
Hechtingspatronen worden in het DMM begrepen als zelfbeschermende strategieën. Manieren waarop mensen in relaties omgaan met gevaar en problemen rond bescherming proberen op te lossen.
Strategie betekent dat gedrag een functie heeft, ook wanneer het voor jou als therapeut onhandig aanvoelt.
Let op het woord strategie. Dat woord maakt een klinisch verschil. Strategie betekent dat gedrag een functie heeft, ook wanneer het voor jou als therapeut onhandig aanvoelt, of wanneer het de behandeling telkens naar dezelfde plek trekt. Strategie betekent ook: het is ooit effectief geweest binnen een bepaalde context.
Je hoeft gedrag dus niet goed te keuren om het functioneel te lezen. Je zegt niet: “dit is oké.” Je zegt: “dit is logisch als antwoord op een voorspeld gevaar.” En precies daardoor kan je daarna beter onderzoeken wat het oplevert, wat het kost en welke alternatieven veilig genoeg zijn om te oefenen.
Vijf elementen die samen één ander beeld geven
Het DMM is geen checklist. Het is een manier van kijken, opgebouwd uit vijf elementen die in elkaar grijpen. Als je vastloopt in een casus, mis je bijna altijd één van deze vijf in je formulering.
In de komende weken gaan we met elke blog dieper in op één element. Vandaag schetsen we het geheel zodat je weet wat er komt en waarom de volgorde ertoe doet.
1. Dynamisch levensloopperspectief
Hechting ligt niet vast na de kindertijd. Strategieën ontwikkelen zich door de levensloop: subtieler, complexer, sociaal acceptabeler. Een volwassen cliënt heeft taal, schaamte, status, analyse en conflictvermijding als middelen waar een kind er nog maar weinig heeft. Dat maakt zelfbescherming bij volwassenen moeilijker te herkennen, niet minder aanwezig.
(Meer hierover in deel 2 op 15 mei.)
2. Gevaar als organiserend principe
Gevaar is breder dan grote traumatische gebeurtenissen. Het gaat ook over chronische onvoorspelbaarheid, emotionele verwaarlozing, het gevoel dat nabijheid altijd een kost heeft. In volwassen trajecten ziet gevaar er niet meer kinderachtig uit maar het organiseert het gedrag nog even sterk.
(Meer hierover in deel 3 op 29 mei.)
3. Hechting als zelfbeschermende strategie
Gedrag heeft een doel; ook het gedrag dat jou uitput of de sessie keer op keer op dezelfde plek brengt. Zodra je de oplossing ziet die iemand inzet, weet je ook wat ze probeert te voorkomen. Dat is de ingang naar je volgende stap.
(Meer hierover in deel 4 op 12 juni.)
4. Informatieverwerking: cognitief en affectief
Onder spanning kiest het systeem: meer denken, meer voelen, of afsluiten. Sommige cliënten worden rationeler onder druk. Andere raken overspoeld. Dat is geen persoonlijkheidskenmerk; het is een toestand die je in het moment kunt lezen en die je vertelt welke hefboom je nodig hebt.
(Meer hierover in deel 5 op 26 juni.)
5. Relatiespecifieke strategieën
Hechting is niet universeel. Iemand gedraagt zich anders bij jou als therapeut dan thuis, dan op het werk. Hoe iemand zich in jullie sessies gedraagt, is directe informatie over wat veiligheid kost in deze specifieke relatie, op dit moment.
(Meer hierover in deel 6 op 10 juli.)
Wat het DMM toevoegt in de praktijk
Het DMM is geen vervanging voor je bestaande klinische kennis. Het is een kader dat je helpt om sneller te formuleren wat je al deels ziet, maar moeilijk kan benoemen.
Neem dezelfde casus. Twee formuleringen:
“Deze cliënt is vermijdend”: een beschrijving die je vasthoudt bij het label.
“Het kantelpunt in onze sessies is wanneer ik dichter bij kom met vragen over hoe het thuis voelt. Het systeem leest dat als gevaar voor controleverlies of schaamte. Onder spanning gaat de informatieverwerking cognitief: alles wordt netjes, rationeel, correct. De eerste hefboom is vertragen en tempo omlaag, zodat er ruimte is zonder dat het gesprek meteen de kant van beleving opgaat.”
Geen langere analyse. Een preciezere werkzin die je meteen een volgende stap geeft.
Dat is geen langere analyse. Het is een preciezere werkzin die je meteen een volgende stap geeft.
Hoe verder?
Wil je al aan de slag voor de volgende blog verschijnt? De Startersgids ‘Hechting als strategie’ geeft je een eerste concrete ingang in het DMM-kader: met herkenbare signalen, uitleg over het verschil tussen stijl en strategie en verdiepende vragen die je meteen kunt gebruiken in je gesprekken.
Op 21 mei organiseren we ook de eerste masterclass van een reeks van vijf: Gedrag lezen terwijl het zich afspeelt. Hoe herken je een beschermstijl live in een gesprek; niet achteraf, maar in het moment zelf? Meer informatie volgt binnenkort op onze website.
De volgende blog verschijnt op 15 mei. Dan gaan we dieper in op het eerste element: het dynamisch levensloopperspectief en wat het betekent dat je cliënt geen kind meer is, maar er wel een was.
Sara & Charline – De Praktijk
2 gedachten over “Wat is het Dynamisch Maturatie Model? En waarom maakt één woord het verschil?”
Wat mooi hoe jullie ‘verschijnselen’ in de praktijk weten te kanaliseren naar ‘eenvoud’ waardoor interpreteren van bepaalde gedragingen ineens zuiverder kan. Helder en ruimte gevend en in beweging houden van het proces
Pingback: Hechting bij volwassenen: waarom je cliënt geen kind meer is