Dit is deel 5 van een zesdelige reeks over de vijf elementen van het DMM van Crittenden. Deel 1 vind je hier, deel 2 hier, deel 3 hier, deel 4 hier. De volgende en laatste blog verschijnt op 10 juli.

Twee kanalen in hechting, cognitieve en affectieve informatie, maken het vierde element van het DMM van Crittenden. Het kader helpt je om in therapie te lezen wat de cliënt vertelt én wat onder de woorden meebeweegt.

Hij vertelt rustig. Woord voor woord. Hij is precies, hij nuanceert, hij corrigeert zichzelf als hij een detail verkeerd heeft. Je begrijpt wat hij zegt. Je begrijpt zelfs hoe het eruitzag. Maar ergens onderweg verlies je hem. Niet omdat het verhaal onduidelijk wordt: het blijft helder, bijna te helder. Maar er is iets dat ontbreekt. Je kan het niet meteen benoemen. Het is iets in de ruimte tussen wat hij zegt en wat het hem doet.

Je stelt een vraag die dat iets probeert te raken. Hij antwoordt. Het antwoord klopt. Het klopt zo goed dat je weet: dit is niet de ingang.

Wat hier speelt, is het vierde element van het DMM: informatieverwerking, cognitief en affectief. Het is het element dat taal geeft aan iets wat je dagelijks ziet en hoort in sessies, maar wat moeilijk te benoemen is zonder een kader.

Wat hij zegt, klopt. Maar het mist iets dat je voelt voordat je het kunt benoemen.

Twee kanalen, één systeem

Het DMM maakt een onderscheid dat klinisch bijzonder bruikbaar is: cognitieve informatie en affectieve informatie.

Cognitieve informatie gaat over geordende kennis. Wie deed wat wanneer. Oorzaak en gevolg. Tijdlijnen. Nuance. Bewijsvoering. Het is het kanaal van het verhaal dat klopt.

Affectieve informatie gaat over lichamelijke en emotionele signalen. Angst, boosheid, schaamte, opluchting, spanning die je voelt voor je weet waarom. Het is het kanaal van wat er gebeurt in het lichaam terwijl het verhaal verteld wordt.

In een toestand waarin het werkbaar genoeg is, combineren mensen beide. Ze vertellen wat er gebeurde én ze laten iets merken van hoe het was. Er is samenhang tussen het verhaal en de beleving. Onder gevaar valt die combinatie moeilijker te maken.

Drie bewegingen die je kunt lezen

Klinisch zie je dan drie terugkerende bewegingen, en elk vraagt iets anders van jou.

De eerste beweging is cognitief zwaar. Denken wordt de veilige route. Voelen wordt riskant: te onvoorspelbaar, te blootstellend, te moeilijk te beheersen. Iemand vertelt precies, analyseert helder, nuanceert zorgvuldig. Maar de lading ontbreekt. Je hoort “ja maar”, details, correcties, uitleg. Je hoort weinig stilte, weinig aarzeling, weinig van wat er tussen de woorden leeft.

De man waarmee we begonnen: zijn cognitieve precisie is geen gebrek aan emotie. Het is een veiligheidskeuze. Voelen is riskant. Denken is beheersbaar.

De tweede beweging is affectief zwaar. Emotie is de snelste route naar nabijheid of bescherming, en dus neemt ze de overhand. Maar onder druk kan de cognitieve samenhang wegvallen. Zinnen worden korter, absoluten verschijnen, tijdlijnen raken verward. “Het is altijd zo.” “Het lukt me nooit.” Het verhaal wordt intenser maar minder geordend. Je hoort urgentie, je voelt de spanning, maar je raakt de feitelijke context kwijt.

De derde beweging is afsluiten. Wanneer niets veilig voelt of de spanning te hoog wordt, valt de integratie weg. “Ik weet het niet.” Lange stiltes. Verdwalen in het verhaal. Verlies van chronologie. Het systeem trekt zich terug uit beide kanalen omdat geen van beide veilig genoeg is.

Elke beweging vraagt iets anders van jou als therapeut.

Wat dit van jou vraagt

Het is verleidelijk om te compenseren. Als iemand cognitief zwaar gaat, wil je als therapeut misschien meer duiden, meer verbanden leggen, meer de betekenis benoemen, meer aanwezig zijn op het cognitieve kanaal. Als iemand affectief overspoeld raakt, wil je misschien structureren, bevragen, ordenen.

Het omgekeerde is vaak productiever.

Bij cognitief zwaar: niet meer denken aanbieden, maar het tempo vertragen. Stilte toelaten. Een vraag stellen die niet logisch beantwoord kan worden. Niet omdat je het cognitieve kanaal wil afbreken, maar omdat je voorwaarden creëert voor iets anders om beschikbaar te komen.

Bij affectief zwaar: niet meteen meer voelen aanmoedigen, maar houvast bieden. Ordenen. Concretiseren. “Wanneer was dat precies?” Niet om het gevoel weg te werken, maar omdat een beetje structuur het systeem helpt om niet verder te overspoelen.

Bij afsluiten: vertragen, aanwezig blijven, het tempo volledig loslaten. Geen nieuwe informatie vragen. Wachten tot er opnieuw iets beschikbaar komt, al is het maar een kleine beweging.

Een vraag die dit proces elegant opent: “Welke informatie is nu beschikbaar, en welke informatie is nu te riskant?” Niet als letterlijke vraag aan de cliënt, wel als vraag die jij jezelf stelt terwijl je luistert.

Welke informatie is nu beschikbaar, en welke informatie is nu te riskant?

Wat je doel dan is

Je doel is niet om het dominante kanaal af te breken. Je doel is ook niet om het andere kanaal er met geweld bij te brengen. Je doel is om voorwaarden te creëren zodat er opnieuw toegang komt tot meer informatie. Zodat denken en voelen allebei beschikbaar worden, niet als prestatie, maar als mogelijkheid.

Dat is een subtiel maar wezenlijk verschil. Het gaat niet over meer inzicht. Het gaat over meer veiligheid: in dit gesprek, op dit moment, met jou.

Neem Ines, 51 jaar, leidinggevende in de zorgsector. Ze meldt zich aan na een moeilijk jaar. In sessies is ze helder, analytisch, goed in het beschrijven van wat er speelt. Ze kent zichzelf. Op een dag vertelt ze over een moment met haar moeder, een klein moment, niets dramatisch. Ze vertelt het precies, met context en nuance. Halverwege stopt ze even. Er is iets in haar gezicht (een fractie van een seconde), en dan hervat ze het verhaal.

Je laat de stilte iets langer dan gewoonlijk. Ze stopt opnieuw. Kijkt weg. Zegt: “Ik weet eigenlijk niet waarom ik dit zo vertel.”

Dat is het moment. Niet omdat er iets groots is gebeurd. Maar omdat het affectieve kanaal even beschikbaar werd, en jij er niet overheen praatte.

Sara en Charline staan aan de Mandel-rivier in Ingelmunster, in gesprek

Hoe verder?

Op 17 juni organiseerden we de vierde masterclass van onze reeks: De cliënt die je elke keer anders treft. Over wisselende beschermstijlen en wat dat van jou vraagt als therapeut. Heb je die gemist? Er zijn replays beschikbaar. Houd ook onze website en sociale media in de gaten voor toekomstige data.

De laatste blog in deze reeks verschijnt op 10 juli. Dan sluiten we af met het vijfde element: relatiespecifieke kaarten, en waarom therapie soms precies hetzelfde gevaar activeert als de relaties erbuiten.

www.depraktijkingelmunster.be

Categorieën

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven