Gevaar als organiserend principe is het tweede element uit het Dynamisch Maturatie Model (DMM) van Crittenden. Het nodigt je uit om gevaar veel breder te lezen dan trauma of mishandeling – en het verandert hoe je naar volwassen cliënten kijkt die ogenschijnlijk geordend en samenwerkend zijn.

(Dit is deel 3 van een zesdelige reeks over de vijf elementen van het DMM van Crittenden. Deel 1 vind je hier, deel 2 hier. De volgende blog verschijnt op 12 juni.)

Hij zit al twintig minuten te vertellen over zijn week. Gedetailleerd, chronologisch, correct. Hij vergeet niets. Hij vergelijkt data, corrigeert zichzelf als hij een detail verkeerd heeft, haalt context aan die je eigenlijk niet nodig hebt om te begrijpen wat hij bedoelt.

Ergens in dat verhaal zat iets wat ertoe deed. Je voelde het even: een kleine aarzeling in zijn tempo, een zin die hij niet afmaakte. Maar voor je er iets mee kon, was hij alweer verder.

Na de sessie zit je met een vol notitieboek en toch het gevoel dat je het wezenlijke gemist hebt.

Wat er hier speelde, heeft te maken met het tweede element van het DMM: gevaar als organiserend principe. En het begint met een vraag die je misschien niet meteen stelt bij een man die rustig en geordend praat over zijn week.

Welk gevaar organiseert dit gesprek?

Gevaar is niet wat je denkt

Wanneer therapeuten horen dat het DMM gevaar centraal stelt, denken ze vaak aan de grote dingen. Mishandeling. Verwaarlozing. Verlies. Trauma in de meer klassieke zin van het woord.

Die dingen tellen. Maar ze zijn niet het hele verhaal.

Gevaar in het DMM is alles wat een systeem heeft leren lezen als: bescherming is onzeker hier. Troost is niet vanzelfsprekend. Nabijheid kan een kost hebben.

Dat kan een gezin zijn waar emoties niet besproken werden: niet uit kwaadwilligheid, maar omdat niemand de taal had. Een thuiscontext waar prestaties werden gezien maar kwetsbaarheid niet. Een vader die er was maar onbereikbaar bleef achter zijn werk, zijn stiltes, zijn humeur dat je moest leren voorspellen. Een moeder die liefhad maar overprikkeld was, of zelf worstelde, zodat haar beschikbaarheid onregelmatig was.

Het zijn contexten zonder geweld, zonder duidelijk aanwijsbaar trauma – en toch heeft het systeem er een les uit getrokken. Eentje die precies is: als ik dit laat zien, weet ik niet wat er terugkomt. Beter voorspelbaar zijn. Beter controle houden. Beter goed presteren dan echt contact maken.

In jouw sessies met die man die zo gedetailleerd zijn week vertelt: zijn verhaal is niet problematisch. Het is geordend. Dat is precies het punt.

Gevaar is alles wat een systeem heeft leren lezen als: bescherming is onzeker hier.

Gevaar organiseert... ook nu

De centrale hypothese van het DMM is helder: blootstelling aan gevaar stuurt ontwikkeling. Mensen ontwikkelen strategieën die de kans op bescherming maximaliseren en de kans op extra gevaar minimaliseren.

Maar wat het DMM toevoegt, is dat die organisatie niet stopt na de kindertijd. Gevaar organiseert ook nu in het moment, in jouw gesprek, in de manier waarop iemand reageert als jij iets vraagt dat dichter bij de kern komt.

Neem Karel, 48 jaar. Hij meldt zich aan na een burnout. Inhoudelijk functioneel, rustig in het contact. Hij begrijpt zichzelf goed, zegt hij. Hij wil “inzicht in zijn patronen”.

Zijn verhaal: een gezin waarin hij vroeg leerde dat hij beter geen last mocht zijn. Niet omdat zijn ouders dat expliciet zeiden. Wel omdat de sfeer in huis snel gespannen werd als iemand iets nodig had. Zijn vader had een druk leven. Zijn moeder zorgde, maar vanuit angst eerder dan vanuit rust. Karel leerde: zorg goed voor jezelf, stel weinig vragen, los het zelf op.

Nu, in zijn veertigste, is hij uitgevallen omdat hij precies dat bleef doen, ook toen zijn lichaam hem al maanden signalen gaf.

In jouw sessies is Karel aangenaam. Hij vraagt weinig. Hij anticipeert wat je nodig hebt om hem te begrijpen en geeft het alvast. Als je een vraag stelt die wat opener is, vult hij ze zelf in met het antwoord dat het meest logisch klinkt.

De gevaarvraag die hier klinisch zinvol is: wat verwacht Karel dat er gebeurt als hij iets nodig heeft in dit gesprek? Wat heeft hij geleerd over wat er terugkomt als je vraagt, als je last bent, als je niet de situatie beheert?

Dat is geen vraag over zijn verleden. Het is een vraag over nu – over wat zijn systeem in deze kamer voorspelt.

Wat gevaar breed lezen je geeft

Zodra je gevaar breed leert lezen, verschuift er iets in hoe je naar gedrag kijkt.

De man die zijn week gedetailleerd beschrijft: niet ongemotiveerd, niet oppervlakkig, niet resistent. Zijn systeem heeft geleerd dat structuur en controle beschermen. Dat geordend zijn het gevaar klein houdt. Zijn verhaal is een bewijs van competentie en competentie was ooit de veiligste route.

De vrouw die jou elke keer opnieuw test of je er nog bent via een te late bevestiging, via een gemiste afspraak, via een scherpe opmerking die ze daarna wegwuift. Niet manipulatief. Haar systeem heeft geleerd dat bescherming onvoorspelbaar was. Dat je pas weet of iemand er echt is als je het test. Het testen is geen aanval op jou. Het is informatie verzamelen over of jij veilig genoeg bent.

Gevaar breed lezen betekent niet dat je gedrag goedpraat. Het betekent dat je de functie ziet. En functie is wat je interventiekeuze draagt.

In jouw gesprekken betekent dit concreet: je begint anders te luisteren. Niet alleen naar wat iemand zegt, maar naar wat het gesprek zelf doet. Wanneer wordt het gedetailleerder? Wanneer versnelt het tempo? Wanneer verschijnt er een glimlach die er eigenlijk niet past? Wanneer wordt een antwoord nét iets te afgerond?

Die momenten zijn geen ruis. Het zijn markers, signalen dat het systeem iets aan het organiseren is, hier en nu.

Gevaar breed lezen betekent niet dat je gedrag goedpraat. Het betekent dat je de functie ziet.

De vraag die richting geeft

Er is één vraag die je in dit element steeds opnieuw kunt stellen, zonder dat je er een heel verhaal voor nodig hebt:

Welk gevaar wordt hier voorspeld?

Niet als diagnostische conclusie. Wel als werkhypothese die je volgende keuze stuurt. Als Karel opnieuw een vraag invult voor je ze gesteld hebt: wat voorspelt zijn systeem dan dat er zou kunnen mislopen als hij wacht op jou? Als die vrouw opnieuw te laat annuleert: wat test ze daarmee eigenlijk?

Zodra je de vraag zo stelt, verdwijnt de neiging om het gedrag te benoemen als weerstand, sabotage of gebrek aan motivatie. In de plaats komt nieuwsgierigheid. En nieuwsgierigheid is precies de houding die samenwerking mogelijk maakt.

Hoe verder?

Op 2 juni organiseren we de tweede masterclass van onze reeks: Afstemmen op wat je ziet. Hoe kies je taal, tempo en timing op basis van de beschermstijl die je herkent? Meer informatie vind je hier.

Wil je intussen al dieper in het DMM-kader? De Startersgids ‘Hechting als strategie’ geeft je concrete handvatten om anders naar gedrag te kijken met herkenbare signalen en verdiepende vragen die je meteen kunt gebruiken. Je vindt de gids hier.

De volgende blog verschijnt op 12 juni. Dan gaan we dieper in op het derde element: hechting als zelfbeschermende strategie en wat het betekent als je gedrag leest als oplossing in plaats van als probleem.

Sara & Charline – De Praktijk

www.depraktijkingelmunster.be

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven