Er zijn dagen in de gevangenis van Brugge waarop alles tegelijk binnenkomt.
De dossiers. De feiten. De blikken aan de tafel tussen betonnen muren. En dan nog mijn eigen lijf dat reageert, soms sneller dan mijn hoofd.
Later, in mijn eigen praktijk, gebeurde eigenlijk hetzelfde. Cliënten met lange geschiedenis in de hulpverlening, zware woorden in hun dossier, veel goede bedoelingen van collega’s. En toch: gesprekken die vastliepen, patronen die zich bleven herhalen, een gevoel van “we doen van alles, maar raken niet echt aan de kern”.
Waarom klassieke hechtingstaal me niet hielp tijdens mijn gesprekken
Ik had taal genoeg. Termen als “onveilige hechting”, “gedesorganiseerd”, “complex trauma”. Op papier klopte dat vaak. Maar in de kamer hielp het me zelden om te weten wat ik nu, op dit moment, moest doen of laten. Het gaf mijn cliënten ook geen houvast. Niemand voelt zich beter omdat hij zichzelf voortaan als “onveilig gehecht” moet zien.
Niemand voelt zich beter omdat hij zichzelf voortaan als “onveilig gehecht” moet zien.
De ommezwaai: minder theorie, meer waarnemen en vooral benoemen wat ik zie
Wat me wél hielp, maar ik toen nog niet zo noemde, was telkens opnieuw heel aandachtig kijken naar wat er concreet gebeurde. Niet in grote begrippen, maar in kleine signalen. Wie kijkt weg zodra het spannend wordt? Op welk moment verandert de toon? Waar komt er plots een grap tussendoor, precies wanneer het stil dreigt te worden?
Dat vertraagde kijken maakte dat ik minder snel conclusies trok. Eerst zien. Eerst eerlijk benoemen wat er in de kamer gebeurt, ook in mezelf. Pas dan verder.
De vraag achter het gedrag: wat probeert dit te beschermen?
Langzaam groeide daarbovenop een andere vraag. Niet meer: “Waarom doet hij zo lastig?” maar: “Waartegen beschermt dit gedrag?”
De man die heel koel en rationeel over zijn verleden praat, misschien omdat voelen ooit levensgevaarlijk werd. De vrouw die in elke relatie bij het minste conflict ontploft, misschien omdat verlaten worden ooit onverdraaglijk was. De hulpverlener die in supervisie blijft analyseren in plaats van te voelen hoe moe ze is, misschien omdat toegeven dat het te veel is, teveel lijkt te vragen.
Toen ik gedrag zo begon te lezen (als strategie om met gevaar om te gaan) verschoof er iets fundamenteels. Ik voelde minder irritatie, minder onmacht. Het moest niet meer “weg”. Het mocht eerst begrepen worden.
Waartegen beschermt dit gedrag?
Het DMM gaf me woorden voor wat ik al zag
Daar ergens kwam het Dynamisch Maturatie Model (DMM) in mijn werk.
Niet als modeterm, maar als theorie die precies woorden gaf aan wat ik al jaren aan het doen was. Het beschreef hoe mensen gevaar lezen, welke informatie ze binnenlaten of uitsluiten, hoe hun lijf en brein samen proberen om het leefbaar te houden. Hechting niet als etiket, maar als patroon van informatieverwerking en bescherming.
Hoe ik vandaag luister: vier vragen waar ik steeds naar teruggrijp
In gesprekken merk ik dat mijn aandacht zich anders is gaan gedragen. Ik luister niet meer met het gevoel dat ik snel iets moet begrijpen of oplossen. Ik luister met een open blik. Ik kijk naar wat er hier en nu gebeurt. Naar wat iemand zegt, maar ook naar wat net niet gezegd wordt. Naar waar het spannend wordt, waar iemand vertraagt, waar het gesprek even stilvalt.
Terwijl ik luister, stel ik mezelf stille vragen. Niet om een schema af te vinken, maar om richting te houden. Wat probeert dit gedrag veilig te houden? Wat maakt dat het hier zo precair wordt? Wat zou op dit moment rust kunnen brengen, zonder het groter te maken dan nodig? En wat is één kleine stap die voor deze persoon, in dit leven, haalbaar is om uit te proberen?
Het is geen methode die je kan volgen. Het is eerder een manier van aanwezig zijn, waarbij die vragen zachtjes op de achtergrond blijven terwijl ik luister.
Deze voorbeelden uit de praktijk zijn waarschijnlijk wel herkenbaar:
- Het is de cliënt die deze keer niet rechtveert en de deur dichtgooit, maar toch blijft zitten tot het einde van het gesprek.
- De man in detentie die plots zegt: “Ik begrijp dit eigenlijk niet goed,” in plaats van automatisch mee te knikken.
- De hulpverlener die bij een moeilijk dossier niet nog een tandje bijsteekt, maar hardop zegt: “Ik voel dat ik dit niet alleen wil dragen.”
Door de DMM-bril leerde ik die kleine verschuivingen zien als grote stappen. Niet omdat alles plots opgelost is, maar omdat er íets verandert in hoe gevaar gelezen en beantwoord wordt. En dat is precies waar hechting over gaat.
Drie dingen die ik sindsdien meedraag
Het DMM heeft mij als hulpverlener en als mens drie dingen gegeven.
Ten eerste: taal voor wat ik intuïtief al jaren deed. Die vier bewegingen waar ik vanzelf in terechtkwam, kregen een kader. Ik kon het uitleggen aan collega’s, aan teams, aan deelnemers aan een vorming. En dus ook beter aan mezelf.
Ten tweede: mildheid. Voor mijn cliënten, maar ook voor mijzelf. Mijn neiging om te analyseren als het spannend wordt, is niet zomaar “professioneel” of “afstandelijk”; het is ook mijn eigen oude strategie. Net zo goed als mijn impuls om soms te hard te willen helpen. Door dat als strategie te zien, in plaats van als fout, werd ik zachter naar mijn eigen reacties.
Ten derde: houvast in de momenten dat het vastloopt of ik het even niet meer weet.
Waar ik vroeger het gevoel had dat ik óf harder moest werken, óf alles moest loslaten, heb ik nu een kader dat me toelaat om te vertragen, te ordenen en gericht kleine stappen te zoeken. Ik hoef niet alles op te lossen. Ik moet begrijpen wat er beschermd wordt, afstemmen op wat haalbaar is en samen met de cliënt of het team kijken welke beweging mogelijk is.
Wat doet dit bij cliënten en collega's
Ook voor cliënten maakt dat verschil.
Wanneer ik hen kan zeggen: “Er is niets mis met jou. Wat je doet, heeft ooit geholpen om iets heel bedreigends draaglijk te maken. De vraag is niet wat er níét klopt aan jou, maar wat je gedrag probeert veilig te houden”, zie ik vaak opluchting. Mensen herkennen zich in de logica van hun eigen verhaal, in plaats van zich te verliezen in een diagnose.
Voor hulpverleners die bij ons in opleiding of supervisie komen, merk ik hetzelfde. Het moment waarop een ingewikkeld dossier verandert in een leesbaar patroon. Waarop ze voelen: “Ik heb een bril die me helpt, ook als ik het even niet meer weet.” Daar, precies daar, merk ik hoe veel zuurstof deze manier van kijken kan geven.
Als je dit herkent
Als je dit leest, werk je misschien zelf met verhalen die blijven hangen. Met cliënten die ofwel alles doodpraten, ofwel overspoeld raken. Met situaties waarin je voelt dat er meer aan de hand is dan “weerstand” of “motivatieproblemen”, maar je mist woorden om het te kaderen.
Mijn uitnodiging is eenvoudig: kijk eens of je het gedrag dat je raakt, één gesprek lang als strategie kan zien. Stel jezelf zacht de vraag: wat zou dit kunnen beschermen? Wat staat er hier op het spel? En merk wat dat doet met jouw houding, jouw toon, jouw volgende vraag.
Verder met De Praktijk
Als je verder wilt verdiepen in deze manier van kijken, hebben we bij De Praktijk verschillende ingangen.
In onze gratis gids “Hechting in de praktijk: 5 signalen die je anders laten kijken” reiken we concrete signalen en vragen aan om gedrag als hechtingsstrategie te lezen. In de Startersgids “Hechting als strategie” gaan we aan de slag met de basis van het DMM, met herkenbare casussen en oefenbladen om dit kader stap voor stap in je eigen werk te integreren. In onze online training gaan we heel diep in het model, heel gedetailleerd wordt de theorie omgezet tot concrete werkkaders waar jij onmiddellijk mee aan de slag kan. En tijdens onze livedagen rond hechting (DMM) nemen we de tijd om met jouw casussen, jouw twijfels en jouw vragen aan de slag te gaan.
Je hoeft het niet alleen uit te zoeken. Meer informatie via onze website www.depraktijkingelmunster.be
Maar het begint wel bij hoe jij kijkt. En daar kan een andere bril soms meer verschil maken dan je denkt.